De eerste adem
De klei krijgt een eerste zwaartepunt: een stille aanzet waarin gewicht, richting en intuïtie samenkomen.
Keramiste Tania Van Assche maakt werk waarin de oorsprong van klei voelbaar blijft: traag gevormd, aandachtig opgebouwd en verbonden met de aarde van de Rupelstreek.
Tania Van Assche woont in de Rupelstreek, een streek waar klei, water, arbeid en steenbakkerijen het landschap mee hebben gevormd.
Die verbondenheid met klei is geen toevallig gegeven, maar een inhoudelijke basis. In haar keramiek zoekt ze naar de spanning tussen oorsprong en vorm, tussen ruwe materie en verstilde aanwezigheid.
Haar werk ontstaat in reeksen. Elk object wordt benaderd als een proces: kijken, schetsen, vormen, corrigeren, opnieuw kijken en uiteindelijk loslaten in de oven.
Ze laat de hand zichtbaar. Oneffenheden, druksporen, huid, barst, rand en schaduw worden geen fouten maar betekenisvolle details.
Klei is voor haar geen materiaal alleen, maar een plek van herinnering.
Het werk van Tania Van Assche beweegt tussen sculptuur, gebruiksobject en stille vormstudie. De reeks toont hoe een idee langzaam verandert in aanwezigheid.
Adem van de aarde toont hoe een eerste massa langzaam tot aanwezigheid komt. De vorm wordt stiller en preciezer, maar behoudt de zachtheid van handgevormde klei.
De klei krijgt een eerste zwaartepunt: een stille aanzet waarin gewicht, richting en intuïtie samenkomen.
De vorm wordt aangescherpt. Randen, spanning en oppervlak vinden een trager, definitiever ritme.
Na drogen en bakken wordt het tijdelijke gebaar een blijvende vorm: sober, tastbaar en aanwezig.
De opening van klei gaat over holte, draagkracht en ruimte. De klei lijkt tegelijk kwetsbaar en stevig, alsof het object nog ademt.
Een eerste schets bepaalt de energie van het werk: open, voorzichtig en zoekend.
Het object krijgt structuur. Binnenruimte, wanddikte en silhouet worden in evenwicht gebracht.
De afgewerkte vorm toont rust, maar bewaart de spanning en openheid van het maakproces.
Huid van het landschap onderzoekt het oppervlak. Textuur, schaduw en licht bepalen hoe het keramische object gelezen en gevoeld wordt.
Het oppervlak wordt drager van sporen: subtiel, ritmisch en tactiel.
De huid van het werk krijgt diepte door kleine verschillen in reliëf, licht en stilte.
Het afgewerkte object nodigt uit om traag te kijken en bijna met de ogen te voelen.
Binnenruimte in wording toont het meest uitgebreide traject: van ruwe studie tot een keramisch werk waarin holte, massa en aanwezigheid elkaar versterken.
De eerste fase zoekt naar houding, massa en plaats in de ruimte.
Het werk krijgt stevigheid zonder de gevoeligheid van de vorm te verliezen.
De laatste handmatige ingrepen bepalen hoe licht, schaduw en binnenruimte over het object vallen.
De reeks eindigt in een object dat het volledige traject zichtbaar en voelbaar in zich draagt.
De Rupelstreek is aanwezig als onderlaag: niet letterlijk, maar als gevoel voor grond, arbeid, klei en landschap.
Het werk toont dat het gemaakt is. Druk, rand, huid en oneffenheid blijven deel van het eindbeeld.
Keramiek vraagt wachten. Die traagheid is zichtbaar in de rust en concentratie van elk object.